Als Nederlanders verwend met mooie fietspaden, zijn we niet heel blij met de route door de Carolina’s. Veel drukke wegen. Ik maak me niet echt zorgen over de veiligheid (al kun je je afvragen waarom niet, we hebben wel een paar close calls gehad waarbij we de auto’s langs onze huid voelden scheren). Maar het is lastig genieten van het fietsen in ononderbroken geraas van auto’s. We zijn blij als we noordelijker in North Carolina weer over rustige landwegen kunnen fietsen. Al verstoren akelige teksten soms het plezier.
Hoogtepuntje is New Bern, een leuk stadje dat niet alleen gesticht werd door een Zwitser maar ook formele banden met Bern onderhoudt waardoor hier ook de Bernse beer aan elke lantaarnpaal wappert. We vinden een mooie B&B met een fantastisch ontbijt. “Alles hausgemacht”, zegt eigenares Gretchen die enkele jaren in Zwitserland heeft gewoond en in New Bern een compromis tussen de VS en Zwitserland heeft gevonden.
Ook noemenswaardig is de camping in het Merchants Millpond State Park. Alle plaatsen zijn voorzien van picknick-tafel, bbq-pit, geëgaliseerde zand/grindbak voor de tent en een paal met een haak. Die is natuurlijk bedoeld om je etenswaar aan op te hangen zodat dieren er niet bij kunnen, bedenken we enigszins trots op hoe goed we ons tegenwoordig redden in het Amerikaanse outdoor leven. We vragen ons wel af voor welke dieren we hier beducht moeten zijn. De paal lijkt niet hoog genoeg om voedsel buiten bereik van beren te hangen. Eekhoorns en possums zijn goede paalklimmers en kunnen makkelijk bij de opgehangen tas met eten komen. Als er een ranger langskomt vragen we het even na. O, zegt hij lachend, deze paal is alleen bedoeld om een lantaarn aan te hangen.
Het wordt wat saai op ons blog maar er staat een harde tegenwind. Gelukkig is er regelmatig bos, dan rijden we beschut. Maar steeds vaker maken de bossen plaats voor tabaksvelden en later ook pindavelden. Lage gewassen die ons niet uit de wind kunnen houden. Na Saint Augustine (de finish van de Southern Tier) hadden we bedacht het rustig aan te doen, halve dagen fietsen en ‘s middags lekker aan het strand liggen, of met een boek bij de tent. Maar met deze wind doen we een hele dag over een halve dag-afstand. Wat ook weer niet zo erg is want het is niet echt strandweer en Liesbeth’s e-reader is kapot.
Het landschap begint steeds meer te lijken op Virginia zoals wij ons dat van onze TransAm reis in 2010 herinneren. Eenmaal in Virginia rijden we ook een stuk over dezelfde route als in 2010. Daar hadden we ons al een paar dagen op verheugd en het is ook heel erg leuk. Ons “rondje Amerika” is nu voltooid, we staan weer aan de start van de TransAm. We rijden een heel stuk met ons vieren: de 13 jaar jongere LenA en wij. Ik voel weer de opwinding over de grote reis die we gingen maken, de spanning of we het wel zouden kunnen, het met verwondering in ons opnemen van deze onbekende nieuwe wereld. Inmiddels voelen we ons ervaren Amerika-fietsers, we weten dat we het wel kunnen (nee, het is niet altijd makkelijk maar we komen er heus wel) en zijn al een beetje blasé over dingen die we zien en meemaken. Als we Ashland binnenrijden weet ik opeens weer: daar, iets verderop langs het spoor, zat een koffietentje met heerlijke koeken. Voor het eerst in mijn leven daar zo’n enorm grote haver-rozijnenkoek gegeten. Het tentje zit er nog en de koeken zijn nog steeds verrukkelijk.
Wat ik minder scherp in mijn geheugen had was dat de wegen in Virginia wel heel venijnig op- en neergaan. Op een gegeven moment moet ik terugschakelen naar de allerlichtste versnelling, die was sinds de Texas Hills niet meer gebruikt. Garmin noteert een stijging van 16%. Mijn 13 jaar jongere ik schiet me vrolijk voorbij, nog niet gehinderd door protesterende knieën. De jongere Liesbeth stapt af en duwt de fiets lopend naar boven. Het was op dit hellinkje denk ik dat Liesbeth toen haar mantra bedacht dat haar de rest van de reis er door zou helpen: “taking this land one hill at the time”. De huidige Liesbeth stapt, na nog eens meer dan 5.000 verse kilometers in haar benen, echt niet meer af voor een hellinkje. Zelfs boven op de top stapt ze niet meer af om even op adem te komen. Bikkel.
Als route 76 (de TransAm) naar het westen afbuigt zwaaien we nog even en koersen naar het noorden, richting Washington DC. Dag TransAm, wat was je mooi en bijzonder. En wat ben ik blij dat we je ooit hebben gereden. Een once in a lifetime experience. Maar ik ben ook blij dat de Southern Tier en de Atlantic Coast route dan weliswaar iets minder mooi maar ook iets minder zwaar waren. Of ben ik de ontberingen van de afgelopen weken nu al aan het verdringen, zoals ik ook de hellinkjes in Virginia even had verdrongen?
1 opmerking:
Wat heerlijk dat je die jongere Lena nog zo goed kent!
Een reactie posten